
DE BRUINE PAD
BUFO
BUFO
AMFIBIEEN
KENMERKEN:
Rug
grijsbruin of olijfkleurig, wrattig; buikzijde lichter. Pupil horizontaal. Het
mannetje heeft in de paartijd donkergrijze hoornachtige knobbels aan de
binnenste 3 vingers.
VERSPREIDING:
Bossen,
bouwland, grindgroeven,ruines.
LEVENSWIJZE:
Paait
in plassen en poelen, ook in brak water. Het wijfje legt haar eitjes in tot 5 m
lange geleiachtige snoeren die in twee rijen tot 6000 eitjes bevatten tussen de
waterplanten. Na 12-18 dagen komen de larven uit, die nog 3-4 maanden nodig
hebben voor de ontwikkeling tot volgroeide
pad. Eet wormen spinnen insecten en naaktslakken. Is meestal in de schemering
actief. Padden overwinteren in aardholen en onder stenen of boomwortels en
ondernemen lange trektochten op weg naar de paaiplaatsen.
In volle voortplantingsperiode zijn paddemannetjes zodanig enthousiast dat ze ook soms bij bruine of groene kikkers op de rug gaan.Aangezien het paddemannetje niet zo makkelijk loslaat kan dit voor de onfortuinlijke kikker de dood betekenen. Soms kunnen er veel slachtoffers vallen bij het massaal oversteken van wegen.Op sommige plaatsen worden er door vrijwilligers overzet acties gehouden